Kerstmis 2016



 

 
Kerstmis mocht zijn deur voorbij
 
Deel II

door Gonny van Oene
december 2016
 
 
Wat vooraf ging in Deel I (Kerstmis 2015) is HIER (klik) te lezen.

Inmiddels was het alweer bijna midzomer, Sigrid en Lennart keken uit naar midsommarfirande, oftewel de viering van midzomer. Ze dachten allebei afzonderlijk nog vaak terug aan de gezellige, maar vooral ook bijzondere kerst met elkaar. Het had hun vriendschap aanzienlijk versterkt en ze zagen elkaar met grote regelmaat. 
De echtscheiding van Sigrid was er wondersnel doorheen, dit natuurlijk mede omdat Per geen andere keus had. Sigrid zou hem immers aangeven voor mishandeling als hij niet zou meewerken. Ze kon gelukkig met de kinderen in het huurhuis blijven wonen.
Nu was het drukke jaargetijde voor Lennart alweer even aan de gang.
Van ’s morgens vroeg tot een uur of zes ’s avonds was hij in de weer in de bossen. Hij dacht er ook wel eens over nog langer door te gaan na het avondeten, het was nu immers al nagenoeg vierentwintig uur licht, maar Sigrid had hem daar steeds vanaf kunnen brengen. Evengoed lagen er nu zoveel gekapte en van takken ontdane bomen op zijn erf, dat het onderhand tijd was dat hij kon stoppen met kappen en de bomen kon gaan verwerken tot brandhout. Dat vond hij niet erg, want zijn lijf vond het eigenlijk wel mooi genoeg geweest. Het was zeer zwaar werk, alleen het lopen in de bossen was al erg zwaar. Geen paden maar zwerfkeien en grote, met een dikke laag mos bedekte kuilen die vaak vol water stonden. De gaten zag je dus vaak niet door deze vacht mos en als je erin stapte was dat natuurlijk alles behalve prettig. De kuilen varieerden erg in omvang en diepte, ze waren soms wel tot een meter diep. Ook waren er meestal nog half verrotte boomstronken van een vorige kap.
Hij was ’s avonds dan ook bekaf en ontzettend blij met het aanbod van Sigrid om deze periode bij haar te komen eten. Lars en Ronja, de kinderen van Sigrid, vonden dit elke dag een feest en ook Luna, de hond van Lennart, vond het geweldig dat ze mee mocht. Nog altijd zat ze onderweg als een vorstin op de passagiersstoel naast Lennart, een koddig gezicht.

‘Zeg Lennart, vind je het goed dat ik jou vanavond met je eigen auto naar huis breng, zodat ik morgenochtend over jouw auto kan beschikken?’ vroeg Sigrid terwijl ze de tafel dekte. ‘Ik bracht die van mij vanmorgen naar Mekonomen, maar ze belden later dat hij vandaag niet klaar zou zijn.
Een tegenvaller, de wielophanging aan de linker voorzijde is niet in orde en ze moesten een of andere kogel bestellen. Ze verwachten dat die er morgenochtend al kan zijn en dat de auto morgenmiddag klaar zou kunnen zijn, maar zeker is het niet. Ik zou wel even zonder auto kunnen, maar ik heb een tijdje geleden al met Solveig afgesproken om naar Strömsund te gaan om garens te kopen en vooral ook wol. Ik ben er bijna doorheen. Zoals je weet heeft Solveig geen auto en ik vind het ook vervelend om af te zeggen. ’
‘Natuurlijk is dat goed, dat weet je toch wel,’ glimlachte Lennart. Hij zag er moe uit vond Sigrid, het werd tijd dat hij zou stoppen met kappen.
‘Fijn, dan ga ik morgen gezellig naar de stad,’ zei ze, ‘het is altijd een genot om met Solveig te gaan. Ze is altijd goed gemutst en heeft ook veel kijk op de kwaliteit van wolsoorten. We hadden ook al besloten om tussen de middag te gaan lunchen bij die Thai, weet je wel?’
‘Ah, nu maak je me jaloers!’ zei Lennart, ‘kun je niet een paar maaltijden meenemen?’
‘Een heel goed idee, dan vries ik ze in en eten we die komend weekend. Voor Lars en Ronja hebben ze wel een mild gekruide maaltijd, maar ik wil lekker pittig, en jij?’
‘Ja, ook pittig!’
‘Dat is dan afgesproken.’
Toen Lennart wilde afruimen dirigeerde Sigrid hem naar de huiskamer.
‘Maak ‘m even Lennart, ga jij nu maar even lekker zitten. Ik ken er twee die dat ook nog wel even gezellig vinden voor ze naar bed moeten.’
Nadat ze de afwas in de vaatwasser had gezet en deze draaide, was de koffie ondertussen klaar. Toen ze ermee de kamer in kwam zat Lennart half onderuitgezakt te slapen. Lars en Ronja waren muisstil en maakten met een glimlach stilzwijgend het sssssst! gebaar naar Sigrid.
 
Het was de dag voor midsommar, Sigrid en Solveig waren met nog een paar vrouwen bezig aan de voorbereiding van de viering. Sommigen hielpen hier in Hembygdsgården*, anderen waren thuis druk bezig met het bakken van allerlei koekjes en cakes voor bij de koffie morgen. Ze maakten allemaal weer iets anders, zodat er veel keus zou zijn.
Weer anderen verzamelden al berkentakken en wilde bloemen voor aan de midsommarstång* en voor kransen voor op het hoofd. In de schaduw stonden al veel emmers water klaar om de gesneden takken en bloemen in te zetten.




Sigrid en Solveig zorgden elk voor een ring met lootjes om morgen te verkopen. Velen hadden iets ter beschikking gesteld voor de loterij waarvan de opbrengst ten goede zou komen aan Hembygdsgården.
Het kostte veel om het gebouw in goede conditie te houden en ze wilden voor komende winter twee luchtwarmtepompen aanschaffen voor de ruimte op de bovenverdieping. Op deze verdieping stonden wel tien weefgetouwen en als de vrouwen uit het dorp hier bij elkaar kwamen om te weven, was het moeilijk om de verdieping warm te krijgen met de elektrische radiatoren. Ze keken er naar uit dat de temperatuur ’s winters aangenamer zou zijn tijdens het weven.
Sigrid had zelf ook iets ter beschikking gesteld voor de loterij. Twee paar zelfgebreide wanten. Echt wollen wanten. Ze wist dat ze erg geliefd waren, want er werd haar regelmatig om haar zelfgebreide wanten gevraagd. Zo vaak dat Solveig haar al eens had gezegd dat ze er wel een handeltje mee kon beginnen, misschien met ook wollen sokken erbij. Daarom had ze als probeersel zo’n twintig paar wanten meegenomen en ze was ze nu aan het uitstallen en probeerde er samen met Solveig, die eigengemaakte sappen van bloemen en vruchten uit de natuur zou verkopen, een gezellige tafel van te maken. Toen ze klaar waren met de tafel deden ze een paar stappen achteruit om de tafel zo te bekijken.
Ze knikten tevreden naar elkaar.
De midsommarstång* moest ook nog neergehaald worden. Wanneer de viering was geweest bleef hij het hele jaar zo staan. Na een aantal weken was de versiering tot een mooi bruin verkleurd alsof hij al in herfsttooi was. Nu moest deze verdorde versiering van vorig jaar er eerst nog afgehaald worden.

 
 

De volgende ochtend waren Sigrid en Solveig, samen met andere vrijwilligers al heel vroeg aanwezig om de midsommarstång te versieren. Een hele klus was het, maar zo gezellig met z’n allen.
De liedjes die ’s middags gezongen zouden worden tijdens het dansen rond de versierde midsommarstång werden hier en daar al geneuried of gezongen.
Om twee uur zou het feest beginnen en ook Bengt Persson zou er zijn om de liedjes met zijn accordeon instrumentaal te omlijsten.
Om een uur of een kwamen twee vriendinnen van Sigrid aan bij Hembygdsgården, zij woonden in een plaats zo’n honderd kilometer ten noordoosten van waar Sigrid woonde. De begroeting was bijzonder, want Sigrid wist van niets, het was een verrassing. Ze liepen even naar de uitgestalde tafel van haar en Solveig, de vriendinnen slaakten verrukte kreten. Sigrid was gelijk al twee paar wanten kwijt.
‘Je moet toch echt in de handel gaan,’ zei Solveig, ‘neem het nu maar van mij aan, het zal lopen als een trein.’
‘Ja, maar hele dagen breien… ik weet niet of ik dát wel wil.’
‘Ik zou er toch maar eens over denken, je doet velen een plezier met zulke heerlijke wanten. Wie weet help ik je dan wel met breien.
Maak bijvoorbeeld vijf basis modellen en een simpele website.
Mijn Gunnar wil je vast wel helpen met het maken van een kleine website. En dan maak je ze gewoon op bestelling en laat de mensen kiezen of ze de wanten opgestuurd willen hebben of dat ze ze willen afhalen. Ze mogen best wat kosten, we kiezen altijd de beste wol en het is handwerk. Misschien kun je nog wel een mooi label laten maken om op elk paar te bevestigen.’
‘Afhalen? Ik weet niet of ik er op zit te wachten dat mensen ze komen afhalen.’
‘Waarom niet, leuk, een winkeltje aan huis. Wat regionale sapjes van mij erbij en tunnbröd* van Lydia en je hebt al een mooi aanbod.’
Inmiddels liep het vol met mensen en was het bijna tijd voor het opzetten van de midsommarstång, Sigrid en Solveig werden afgeleid van hun gesprek.
‘Hej, ik ben nog mooi op tijd gelukkig!’ hoorden ze Lennart zeggen. Sigrid was blij dat hij het werk had kunnen laten liggen en eens even tijd voor zichzelf nam, tijd voor dit mooie feest.



 
Zo hadden we midsommar en zo was het alweer begin november.
En verdraaid, november begon alweer net zo koud als vorig jaar.
Koning Winter was alweer zo vroeg aangekomen en gelijk goed op dreef. Lennart had in de maanden tussen midsommar en de aankomst van Koning Winter alle boomstammen gezaagd en gekloofd en al het brandhout was ook al verkocht.
Hij was uitverkocht: slutsåld!
Hij was alweer twee maal daags op pad met de sneeuwscooter om bix en wortelen diep de bossen in te brengen voor de reeën en ander wild dat eventueel mee wilde snoepen. De elanden hadden niet zo snel behoefte aan zoiets, zij hielden zich ’s winters in leven met het eten van boomschors en wilgentenen. Het was wonderlijk hoe weinig deze enorme dieren hiervan eigenlijk nodig hadden om de winter door te komen, ze haalden veel energie uit de schors en twijgen van bomen.
Tegenwoordig kwam hij ook veel meer groepen rendieren tegen, zij redden zich ook heel goed zelf en wroeten in de sneeuw naar mos. Dat er nu zoveel groepen liepen kwam doordat er noordelijker een aantal windmolenparken waren gebouwd. Toen is vooral Ante Pålsa zijn kuddes met z'n vrachtwagen naar iets zuidelijker gelegen gebieden gaan brengen. Je zag hem dan dagen achtereen langskomen met zijn vrachtwagen om ze dieper de bossen in los te laten.




Ook vanmiddag stond de sneeuwscooter klaar om te vertrekken, de kist zat alweer helemaal vol met voer. Hij moest nog even z’n mobieltje uit huis halen, die was hij vergeten mee te nemen. Hij zou Luna alvast wat te eten geven en dan vertrekken. Het schemerde al, die verdraaide wintertijd ook! Van hem mocht het afgeschaft worden die hele wintertijd. Gewoon altijd de zomertijd. 's Zomers hoefde de klok hier eigenlijk ook helemaal niet verzet te worden, dan was het immers nagenoeg vierentwintig uur licht.
Was die zomertijd trouwens ooit niet in het leven geroepen om energie te besparen?
Wel hier in het hoge noorden zou deze zomertijd juist ook ’s winters energie besparen. In plaats van om vijf uur, was het nu al om vier uur donker door het terugzetten van de klok naar wintertijd. Dus een uur eerder de lichten aan. Voor de ochtenden was het verschil minder vervelend. Maar nu was het vier uur en moest hij alweer groot licht opzetten op de sneeuwscooter.
Afijn, hij was onderweg, misschien morgen toch maar wat eerder vertrekken. Hij moest ook nog erg wennen aan de nieuwe tijd. Het groot licht van de scooter deed aan weerskanten lange schaduwen van de bomen op de sneeuw ontstaan. Na een poosje kwam hij langs de boerderij van Kjell en Ulf, de twee broers. Hij zag dat ze bij de tuinlantaarns in hun badtunna* zaten. Je zag ze amper zitten door de damp die van het warme water opsteeg in de ijskoude lucht, hij zag slechts de silhouetten van twee hoofden elk met een muts met een pompon erop. Een muts was dan ook het enige wat ze aan zouden hebben.
Inmiddels reed hij alweer even door een open stuk en kwam daarna weer in een stuk bos. Het was routine deze rit, hij had hem al zo vaak gereden, maar het bleef sensationeel. Hij had alles in de hand, totdat…




Hij zag ‘m te laat, de overstekende eland. Ook al scheen zijn groot licht nog zo ver, hij had zo’n snelheid dat hij de scooter niet op tijd tot stilstand kon brengen. In een reflex gooide hij zijn stuur naar rechts in de hoop de eland te ontwijken, zijn instinct zei hem nu eenmaal het dier niet te willen bezeren. Bovendien is een aanrijding met een eland ook voor jezelf levensgevaarlijk. De linker ski aan de voorzijde van de scooter schampte langs een boom waardoor de scooter enorm overhelde naar rechts en zijn linkervoet in de volle vaart achter de boomstam terecht kwam, maar de scooter reed door en een vlammende pijn trok door zijn linkerenkel.
De scooter ging nog alsmaar door, nog altijd sterk overhellend naar rechts om later tegen een andere boom tot stilstand te komen. Lennart was gelijk buiten bewustzijn en voelde niet de vlammende pijn die nu ook door zijn rechterknie trok. Ineens was het heel stil in het bos en was van de eland geen spoor meer op de afdrukken van zijn hoeven in de sneeuw na.

Hij wist niet hoe lang hij hier al lag. Hij rilde van de kou en van de pijn. Hij vermoedde dat hij een langere tijd van de wereld was geweest, want ondanks het donker zag hij, mede door het sterke schijnsel van de maan op de sneeuw, dat drie reeën de wortelen en bix ontdekt hadden.
Door de klap was de kist achterop dus kennelijk opengesprongen.
Het was waarschijnlijk een moeder met twee jongen van afgelopen zomer. De twee waren namelijk kleiner en nog niet helemaal volwassen. Hij wilde zijn telefoon opzoeken die hij in de borstzak van zijn jas had gedaan.
Bij de eerste geringe beweging schreeuwde hij het uit van de pijn waardoor de reeën er gelijk vandoor gingen. Gelukkig had hij de rits van de borstzak dicht gedaan en zat de telefoon er nog in.
‘Hopelijk ontvangst!’ was het eerste wat hij dacht, de telefoon gaf slechts één streepje aan. Hij moest toch die verdraaide handschoen uit zien te krijgen om de telefoon te kunnen bedienen, maar hij kreeg hem niet van zijn rechterhand die erg opgezwollen bleek te zijn. Dan maar proberen met links, gelukkig ging deze wel uit en met de bevende wijsvinger lukte het hem om het nummer van Sigrid te vinden en te proberen verbinding te maken.
Toch nog een gelukje deze avond: ‘Sigrid Abrahamsson,’ klonk het vertrouwd. 
‘Met Lennart Sigrid,’ hijgde hij klappertandend, ‘ik heb een ongeluk gehad met de scooter en kan geen kant op. Bel jij de hulpdienst alsjeblieft!’
‘Oh, hoe lang lig je daar al, het is al bij zessen en ik vond het al vreemd dat je er nog niet was. Ja, natuurlijk zal ik bellen. Hoe moet ik ze uitleggen waar je je bevindt?’
‘Als ze het enige scooterspoor vanaf mijn terrein volgen komen ze vanzelf op de plek waar ik lig. Eerst het open stuk, daarna een stuk bos. Helaas doet de verlichting van de scooter het niet meer, maar ik heb een fluoriserend vest met reflectiestrepen aan en ik heb nog een kleine zaklantaarn in mijn jaszak. Ik hoop dat die het nog doet. Ik zal hem met een half uur aan doen om de batterij te sparen. Ik lig aan de rechterkant.’
‘Ik hang nu snel op Lennart en zal gaan bellen, houd je taai en probeer bij je positieven te blijven!’

Snel belde ze de hulpdienst, zette daarna de kookplaten uit en de pannen op het aanrecht. Ze pakte snel een banaan tegen de eerste trek en holde al etend naar de buurvrouw, legde snel de situatie uit en vroeg of zij even op de kinderen wilde passen. Ook vroeg ze of haar man misschien met haar op zijn sneeuwscooter naar de plaats des onheils wilde rijden.
De buren waren een en al behulpzaamheid en er werden een paar dekens en flesjes water bij elkaar gepakt, evenals twee sterke zaklantaarns. Buurvrouw Malin keek haar man Anders, met Sigrid achterop, na tot het kleine stipje van het achterlicht uit ‘t zicht verdwenen was. Ze ging weer naar binnen waar Lars en Ronja op haar wachtten.
‘Wat is het koud op zo’n scooter,’ dacht Sigrid, ‘wat heeft Lennart toch veel over voor die dieren om dit twee maal daags te doen.’ Ze voelde de kleine waterflessen links en rechts onder haar jas klotsen door het gehobbel, ze had ze daar gestopt om bevriezen te voorkomen.
Anders zag al snel waar Lennart van het pad was geraakt. Het spoor was goed te zien. Hij parkeerde de scooter een stukje verder aan de kant.
Met elk een zaklantaarn volgden Anders en Sigrid het spoor en hadden Lennart al snel gevonden.
De scooter lag over zijn rechterbeen en Lennart schreeuwde het uit toen Anders de scooter rechtop probeerde te zetten. Sigrid legde een deken onder Lennart zijn hoofd en spreidde een andere deken over hem uit.
Een extra hes hadden ze ook bij zich en legden dat, met de reflecterende strepen naar boven gericht, over de deken. Ze schenen met de zaklantaarns omhoog, daar de hulpdienst met de helikopter zou komen en ze hem in de verte al hoorden. Een geluk was dat Lennart zeer dichtbij een open plek in het bos lag, een kraal waarin rendieren verzameld werden door de Samen. Deze open plek was natuurlijk een zegen wanneer de helikopter zou arriveren.
 
‘t Was 22 december en Lennart mocht voor de feestdagen naar huis.
Hij was zes weken na de operatie aan zijn gebroken linkerenkel en zijn gebroken rechterknie aan het revalideren geweest in een revalidatie- centrum, vijftig kilometer van huis. Zijn rechterhand was gelukkig alleen maar gekneusd geweest. Vanaf nu zou hij in zijn woonplaats naar therapie kunnen gaan.
Van naar zijn eigen huis gaan kon nog geen sprake zijn, hij liep nog steeds met krukken. Het was zelfs de vraag hoe hij over bijvoorbeeld een jaar zou kunnen lopen. Of hij überhaupt zijn werk in de bossen nog wel zou kunnen doen. Maar vooraleerst was hij ontzettend blij dat hij hier weg kon en dat hij bij Sigrid in huis mocht wonen tot hij zichzelf weer helemaal kon redden. Als hij Sigrid toch niet had gehad, wat had hij dan gemoeten? Het was niet alleen hierom dat hij daar blij om was, hij was ook steeds meer om haar gaan geven. Hij had alleen nog nooit de moed gehad het tegen haar te zeggen.
Hij schrok op uit z'n gedachten toen een verpleegster met snelle pas op hem toeliep: ‘Meneer Wiklund, uw taxi is gearriveerd. Zal ik u naar de uitgang rijden?’
‘Graag zuster, is wel even handig nu ik ook mijn krukken en tas bij me heb.’
Sigrid had erop gestaan hem op te komen halen, maar Lennart vond dat daar geen sprake van kon zijn.
‘Je doet al zoveel voor me Sigrid, doe iets leukers met je tijd. Met een taxi geraak ik ook wel bij jou thuis.’ Ze sputterde nog wat tegen, maar gaf uiteindelijk dan toch toe.


Welkom thuis
 
 
De taxichauffeur hielp Lennart naar de deur die juist open werd gedaan door Sigrid die de taxi voor zag staan.
Ze pakte de tas aan en toen Lennart ging staan met zijn krukken en Sigrid verzekerde dat hij met de krukken binnen kon komen, klapte ze de rolstoel in en zette hem uit de stuit in de hal.
De kamer was versierd met slingers en het opschrift ‘Welkom thuis’.
Toen hij eenmaal zat werd de deur van de keuken opengedaan en Luna stormde op haar baasje af, ze was helemaal door het dolle. Lars en Ronja konden haast niet wachten om de tekeningen die ze voor hem gemaakt hadden aan hem te geven. Lennart was overrompeld door dit welkom.
De koffie pruttelde ook al en er werden grote taartpunten op tafel gezet. Tijdens de koffie vroeg hij aan Sigrid: ‘En hoe gaat het met de dieren in het bos, vindt Anders het nog steeds niet bezwaarlijk mijn ritten waar te nemen?’
‘Maak jij je nu maar geen zorgen om de dieren, Anders neemt met plezier voor je waar. Hij kijkt ook om naar je huis, kijkt geregeld of alles nog kits is aan de andere kant van het dorp. Hij heeft de verwarming zo ingesteld dat het zo’n graad of twaalf blijft in je huis.’
‘Het gekke is dat ik zo met mezelf ben bezig geweest na het ongeluk en tijdens de revalidatie, dat ik me zulke dingen nauwelijks heb afgevraagd. Nu ik weer in de vertrouwde omgeving ben gaat het allemaal weer voor me leven. Vreemd is zoiets toch eigenlijk.’
‘Ja, dat is de wil in de mens om te willen overleven. Wees maar blij dat je niet aldoor hebt gepiekerd over hoe het hier zou gaan en je vol aan jezelf kon werken. Het heeft er toch maar mooi in geresulteerd dat je voor Kerstmis thuis bent!’
‘En zo is het en daar gaan we een mooi feest van maken. En weet je wat, ik trakteer! Jij hoeft eens helemaal niets voor het eten te doen Sigrid, ik zorg ervoor.’
‘Ik voel me gevleid Lennart, maar ik vind het niet erg om het zelf te doen.’
‘Geen sprake van, jij hoeft geen boodschappen in te slaan in een drukke winkel en je hoeft ook niet in de keuken te staan. En weet je wat, we kunnen het gewoon hier doen. Laat je maar verrassen.’
 
Kerstmis.
Lennart had Sigrid met een smoes het huis uit weten te werken en ze zou niet terug zijn voor een uur of vijf. Intussen was Nicolai aangekomen met het kerstdiner voor vanavond. Nicolai had een klein maar goedlopend restaurant in een plaats even verderop. Lennart kwam er geregeld, zeg maar zo een keer in de maand. Het was een ongezellig pand en het was ongezellig ingericht, maar het eten dat Nicolai allemaal in z’n eentje bereidde en voorzette, was van grote kwaliteit. Lennart had veel bewondering voor hem, je hoefde nooit langer dan een kwartier tot twintig minuten op je eten te wachten. Tijdens de drukke uren sprong z’n vrouw bij met afruimen en de keuken netjes houden. Soms hielp ze bij het koken en bakken. Lennart had Nicolai, die al zo’n dertig jaar geleden vanuit Griekenland naar Zweden was gekomen, opgebeld en gevraagd of hij een kerstdiner zou willen verzorgen voor vier volwassenen en twee kinderen. Nicolai had het een eer gevonden dit te mogen doen en was nu druk bezig de warmhoudbakken met eten neer te zetten, alsmede de koude schotels. Zijn vrouw moest nu maar even alleen de zaak runnen. Buurvrouw Malin was ook gekomen om alvast te helpen, ze dekte de tafel heel mooi en zette een grote kandelaar met vijf kaarsen in het midden. Anders maakte gezellig de houtkachel aan. Lennart zette kerstmuziek op.




Toen Sigrid thuis kwam was Nicolai vertrokken en hadden heerlijke etensgeuren al bezit genomen van het huis. Alles en iedereen was en zat klaar bij het sfeerlicht. Sigrid was sprakeloos en daar genoot Lennart enorm van. Ze was blij verrast dat Malin en Anders ook waren uitgenodigd.
‘Ik wil me nog wel graag even opfrissen en verkleden,’ zei Sigrid toen ze snel naar boven ging. Ze was met een paar minuten alweer terug en zag er prachtig uit in haar rode fluwelen jurk.
Toen Malin en Anders veel later weer naar huis waren, alle spullen van Nicolai netjes bij elkaar waren gezet, de vaatwasser draaide en de kinderen op bed lagen, zaten Sigrid en Lennart nog even lui onderuit gezakt bij de kachel. Ze waren rozig, wat nog versterkt werd door de warme gloed van het houtvuur.
‘Hoe zal onze volgende kerst eruit zien?’ vroeg Lennart zich hardop af.
 
’t Was november en Lennart woonde allang weer in zijn eigen huis en keek eens terug op het afgelopen jaar. Het was maart geweest toen hij zichzelf weer goed kon redden alleen. Hij kon weer redelijk goed lopen, had geen krukken of stok meer nodig, maar het werken in de bossen bleek toch onmogelijk. Deze bron van inkomsten kon hij, in elk geval voorlopig, wel schrappen. Hij besloot daarom zich meer toe te leggen op het meubels maken. Maar hij had ook snode plannen. Hij was begonnen met het opknappen van het interieur van z’n huis. Sigrid wist helemaal van niets, maar hij maakte van de twee kleine kamers boven leuke slaapkamers. Een voor Lars en een voor Ronja. De grote slaapkamer kreeg ook een beurt en werd veranderd in een romantisch paleisje. Soms voelde het belachelijk dat hij hiermee bezig was. Toen hij boven klaar was maakte hij in de grote werkplaats een aparte afgescheiden ruimte. Hij had hier een winkeltje in gedachten.
Een winkeltje met allerlei ambachtelijke spullen uit de hand van Sigrid en van hemzelf, en misschien ook nog van dorpsgenoten. Hij zag het allemaal helemaal zitten, alleen Sigrid wist van niets. Wanneer zou hij haar vragen en wanneer zou hij haar zijn plan vertellen? En wat als ze niet op zijn verzoek in ging? Die gedachte was ondraaglijk. 

'Eindelijk weer Kerstmis,' dacht Lennart. Wie had ooit kunnen denken dat hij er eens naar uit zou kijken. 
Na de gezellige middag, met aansluitend het diner dat Sigrid nu weer vol overgave zelf had bereid, zaten ze weer samen bij de kachel. De kaarsen in de vijfarmige kandelaar zouden nog wel een uurtje branden dacht Lennart. Hij had zich voorgenomen haar op dit moment te vragen en hij was nerveus, zijn maag was er gewoon erg onrustig van. Hij stelde het weer even uit, maar bedacht zich dat het toch echt nu moest gebeuren.




Hij deed zijn arm om Sigrid heen, ze wees het niet af, integendeel.
Ze vleide zich dicht tegen hem aan.
Hij kuste haar haren en sprak op zachte toon: ‘Ik houd van je Sigrid, je hebt geen idee hoeveel.’
‘Dat weet ik Lennart, dat voel ik al een tijd, en weet je wat, ik heb dezelfde gevoelens voor jou.’
Lennart ging staan en reikte haar de hand terwijl zijn hart een reuzensprong maakte. Sigrid stond op en ze schuifelden op de muziek die nog zachtjes speelde.
Hij kroelde door haar haren en fluisterde: ‘Wil je mijn vrouw worden Sigrid, wil je met me trouwen?’
Sigrid sloeg haar ogen op, aan haar blik kon hij al zien dat ze geen afwijzend antwoord zou geven.
‘Ik wil dolgraag met je trouwen Lennart Wiklund, ik dacht dat je het nooit zou vragen!’
 
 
***************
 
* Hembygdsgård - klik hier voor uitleg op Wikipedia
* Midsommarstång - in Nederland wel meiboom genoemd
* Tunnbröd - klik hier voor uitleg in het Engels op Wikipedia
* Badtunna - hot tub (houtgestookt houten buitenbad)

Alle in dit kerstverhaal (deel 1 - 2015 en deel 2 - 2016) voorkomende personen en alles wat zij meemaken zijn ontsproten aan mijn fantasie.
Het toneel waar het zich afspeelt is de omgeving, met z'n landschap, klimaat en gebruiken, waar ik momenteel woon.
In het noorden van het mooie Jämtland - Zweden.